Addendum aan het vliegreglement V10-02-2015
(CTR zone)
1. Met uitzondering van helikopters met een enkele draagrotor én met een maximale lengte tussen neus en staart van 1,5m, moeten de modelluchtvaartmodellen tijdens hun vlucht uitgerust zijn met een alarm dat aangeeft wanneer het modelluchtvaartuig de maximum toegelaten vlieghoogte bereikt of overschrijdt.

2. De maximum toegelaten vlieghoogte van de modelluchtvaartuigen bedraagt altijd 100m AGL (boven grondniveau) zonder uitzondering.

3. Ten minste twee clubleden met een geldig vliegbrevet zijn tijdens de vliegactiviteiten aanwezig op het terrein om te controleren of men binnen de toegelaten vliegzone vliegt.

4. Het opstijggewicht van de modelluchtvaartuigen bedraagt maximum 6 kg.

5. Modelluchtvaartuigen uitgerust met straalmotor of turboprop zijn verboden.

6. Modelluchtvaartuigen uitgerust met een turbine aangedreven door een elektrische motor of verbrandingsmotor zijn verboden.

7. Thermiekvliegen is verboden zowel voor modellen met als zonder motor.

8. De bestuurder van een modelluchtvaartuig moet in het bezit zijn van een geldig vliegbrevet uitgereikt door een erkende federatie en moet noties hebben van de luchtruimstructuur rondom het terrein.
9. De modelluchtvaartuigen zijn, zonder uitzondering, uitgerust met een fail-safe installatie. In het geval van communicatie verlies tussen zender en modelvliegtuig landt het modelvliegtuig automatisch.

10. Belgocontrol heeft, indien nodig, inspraak in het bepalen van de openingsuren van het terrein met als doel het risico van een botsing in de lucht te beperken tijdens de piekuren.
 
Silent Wings vzw